Home Gebitsonderhoud

Gebitsonderhoud bij kinderen, het poetsen en het snoepen

Kinderen moeten vanaf hun tweede levensjaar elke 6 maanden naar de tandarts. Zo kunnen ze wennen aan de tandarts met zijn apparaten en zal een behandeling eenvoudig blijven. Indien een tandarts ziet dat een kind te veel suiker gebruikt, kan hij dit bijsturen. Vaak werken beide ouders en laten Oma of een oudere zus op het kind passen, dat dan allerlei suikerhoudende lekkernijen zoet gehouden wordt. De bron van suiker kan tijdig opgespoord worden. Het voedingspatroon thuis moet dan ook aangepakt worden. Tot hun achtste jaar moet de vader of moeder de tanden van hun kinderen voor het slapengaan napoetsen. Zelf mogen ze elke keer na eten poetsen. Volwassenen moeten, indien mogelijk, elke keer na het eten en vooral voor het slapen gaan poetsen. Afhankelijk van de mondsituatie zijn hulpmiddelen zoals floss, tandenstokers of interdentale borsteltjes nodig. De tandarts of mondhygiënist(e) kan dit uitleggen. Suikergebruik moet beperkt blijven tot 3-5 keer per dag. Het gaat daarbij niet om de hoeveelheid, doch om het aantal keren. Indien iemand boven dit aantal uitkomt, krijgen de tanden en kiezen zoveel zuurmomenten, dat ondanks goed poetsen een gaatje ontstaat. Ouders moeten letten op verscholen suikers. De laatste fles zoete pap, waarmee de peuter al sabbelend braaf inslaapt, is zo’n insluiper. Rond de leeftijd van 9-11 jaar kan de tandarts beslissen of een beugel nodig is.